

























































De djamboe aer (Syzygium aqueum, basioniem: Eugenia aquea) is een plant uit de mirtefamilie (Myrtaceae). De vruchten worden wel verward met de djamboe semarang (Syzgium smarangense), waarvan de vruchten echter groter en minder gedrongen zijn.
Het is een 3-20 m hoge, groenblijvende boom met een korte stam die dicht bij de grond vertakt en een open, asymmetrische kroon. De bladeren zijn tegenoverstaand, 1-5 mm lang gesteeld, eivormig of elliptisch-langwerpig, lichtgroen aan de bovenzijde, geliggroen aan de onderzijde en 5-25 x 2,5-16 cm groot.
De geurende bloemen groeien met drie tot zeven stuks in losse, eind- of bladokselstandige bloeiwijzen. De vierdelige kelk en kroon zijn bleekgeel, gelig-wit of roze. Er zijn talloze, tot 2 cm lange meeldraden die dezelfde kleur hebben als de bloem. Boven de meeldraden steekt de stijl nog uit.
De vruchten zijn dunschillig, glad, glanzend, wasachtig en zijn rijp wit, groen, roze of felrood van kleur. Ze zijn 1,6-2 x 2,5-3,4 cm groot en klok- of peervormig met een smalle hals en een breed uiteinde. Het uiteinde is concaaf en draagt de overblijfselen van de bloemkelk en de tot 3 cm lange stijl. Het vruchtvlees is wit of roze, licht geurend, droog of sappig, knapperig of sponzig van consistentie en heeft een zoete tot zure, doch flauwe smaak. De vruchten zijn zaadloos of bevatten drie tot zes (vaak één of twee) zaden.
De vruchten worden als handfruit gegeten, zoetzuur ingelegd of verwerkt in fruitsalades.
De djamboe aer komt van nature voor van het zuiden van India tot in het oosten van Maleisië. De plant wordt tevens gekweekt in Zuidoost-Azië, onder meer in Indonesië en de Filipijnen. Ook groeit de plant in Hawaï en Trinidad.
Vruchten van Indonesië
Carambola
Deze geelgroene en stervormige vrucht wordt ook wel sterfruit genoemd (Ind: belimbing). De vrucht, die nu in vele tropische landen te vinden is, komt oorspronkelijk uit Indonesië en groeit aan een sierlijke kleine boom.
De zoetzure carambola is prima uit de hand te eten. Hoe groter de vrucht, des te zoeter de smaak. De belimbing is rijp wanneer de ribben donker worden. De vrucht wordt door z’n vorm veel als decoratie bij gerechten gebruikt.
Durian
Deze sterk geurende vrucht komt alleen in Zuidoost-Azië voor en is de meest beruchte van de fruitsoorten die je op Sulawesi zult tegenkomen. Door de sterke geur -voor veel toeristen al genoeg om de vrucht links te laten liggen- is de durian op verschillende plaatsen verboden, zoals in vliegtuigen, hotelkamers en openbare gebouwen. De bladeren van de durianboom, die 20 tot 40 m hoog kan worden, zijn donkergroen, de onderkant zilverkleurig. De vrucht zelf is behalve de geur ook makkelijk te herkennen aan zijn stekelige scherpe
schil, die aan het pijnlijke uiteinde van een middeleeuwse
goeiedag doet denken. De kwaliteit is het best wanneer de vrucht na rijping gewoon van de boom is gevallen. Om het vruchtvlees te kunnen eten snij je de durian doormidden, waarna je de partjes eruit kunt pakken. De pitten kunnen niet gegeten worden. De smaak is een mix van vanillevla, knoflook, uien, en schimmelkaas. Toch is de stinkvrucht bijzonder populair onder de Indonesiërs. De durian wordt in verschillende lekkernijen verwerkt zoals ijsjes, snoepjes en koekjes. Soms wordt onrijpe durian als groente gegeten. In combinatie met alcohol schijnt de durian verdovend te werken, en teveel van beide kan in verband met de bloeddruk verhogende
werking van de vrucht fatale gevolgen hebben. Geloofd wordt dat de durian goed is voor de potentie. Volgens een Indonesisch spreekwoord gaan de sarongs omhoog als de durians naar beneden komen.
Granadilla
Deze vrucht, familie van de passievrucht, werd in eerste
instantie door de Spanjaarden aangezien voor een kleine
granaatappel; vandaar de naam. De granadilla lijkt op de
passievrucht, maar is geel tot oranje-bruin). Net als bij de passievrucht is de plant klimmend, en heeft het dezelfde soort typische bloemen. De smaak is iets zoeter. De vrucht eet je het makkelijkst als je hem uitlepelt.
Jambu air
De jambu air (waterappel) is een peervormige roze vrucht die trosvormig aan de Eugenia-boom groeit. Je kunt deze kleine vrucht zo van de boom af eten. Het witte vruchtvlees heeft een flauw zure smaak en is zeer verfrissend. De zaadjes kun je niet eten.
Langsat
De langsat is een kleine ronde vrucht met een gele kleur. Je opent hem het makkelijkst door met duim en wijsvinger de bovenkant open te drukken. De partjes hebben een heerlijke frisse, ietwat bittere smaak, die lijkt op die van grapefruit. Op Sulawesi tref je deze vrucht vooral tussen maart en juni aan.
Jeruk
Jeruk is de verzamelnaam voor citrusvruchten. Gewone
sinaasappels worden jeruk manis genoemd.
De oorspronkelijk uit Birma afkomstige limoen, een familielid van de citroen, wordt jeruk nipis of jeruk pecel genoemd. De felgroene ronde vrucht wordt vanwege zijn zeer zure smaak zelden als handvrucht gegeten, en het meest in gerechten of dranken verwerkt. Als je deze vruchten plukt moet je uitkijken voor de kleine stekels
die zich op de boom bevinden. De enorme jeruk muntis of
jerunga staat bij ons bekend als de pomelo. Laat deze
overheerlijke vrucht, die qua smaak veel wegheeft van een zoete grapefruit, niet aan je voorbijgaan.
Mangistan
De mangistan (Ned: mangosteen) wordt vanwege het kroontje bovenop de vruchten de paarsachtige kleur de koningin onder de vruchten genoemd. Bij het verwijderen van de houtachtige schil moet je uitkijken dat je het rode sap in de schil niet op je kleding krijgt -
het is onuitwasbaar. Aan de schil kun je ook
zien of de vrucht vers is of niet. Wanneer de schil deukjes heeft is het vruchtvlees uitgedroogd.
Op de zoetzure partjes kun je naar hartelust sabbelen. De pitten kun je niet eten. De stempeldelen aan de onderzijde van de vrucht vertellen hoeveel partjes de vrucht bevat. Een vrucht met 4 partjes vruchtvlees
brengt geluk. De mangosteen wordt in Indonesië vaak kemendjing of memendjing genoemd. De garcinia mangostana, de boom waar de vrucht aan groeit, komt oorspronkelijk uit het regenwoud van Maleisië en kan
12 meter hoog worden.
De boom levert pas na 10 jaar vruchten.
Mango
De mango (Ind: mangga) komt oorspronkelijk uit India. Daar wordt hij al 4000 jaar verbouwd en gebruikt bij ceremonies. De niervormige vrucht komt in vele kleuren voor, van geelgroen, geel, groenrood tot rood. Het vruchtvlees is altijd oranje-geel van kleur. Je kunt de mango zowel rijp als onrijp eten. Als de vrucht rijp is geeft het vruchtvlees mee als je er zachtjes op drukt. De altijd groen blijvende mangoboom kan 40 m hoog en 100 jaar oud worden en groeit het best in droge gebieden. De jonge roodbruine blaadjes worden soms rauw
gegeten als groente of als veevoer gebruikt. Wanneer het vee teveel van deze bladeren eet wordt de urine een dikke geelachtige vloeistof. Deze kan als verf gebruikt worden, het zogeheten Indisch geel.
Nangka
De nangka (Ned: broodvrucht) lijkt op de durian, maar heeft kleinere stekels. De vrucht kan als hij geel en rijp is 20 kg wegen. In de boom (Lat: Artocarpus integrifolia) is vaak een papieren zak om de vruchten gewikkeld om te voorkomen dat vleermuizen en vogels ze van de boom afroven. Na de vrucht in stukken gesneden te hebben kun je de gele en rubberachtige partjes eruit pakken en zo opeten. De vrij grote pitten zijn niet eetbaar. Het vruchtvlees wordt ook gekookt in verschillende gerechten gebruikt, zoals in nasi gudeg.
Papaya
De papaya komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika, en is verwant aan de meloen en de pompoen. Een rijpe papaya is groen-geel of oranje, en het vruchtvlees kan variëren van geel, oranje tot rood-oranje. De vrucht kan 40 cm lang worden en 6 kg wegen. De papaya heeft een muskaat-achtige smaak. De zwarte zaadjes in
de vrucht kunnen niet gegeten worden. De onrijpe vrucht en de bladeren worden soms als groente gegeten. De papayaboom groeit bijzonder snel en kan ruim 10 m hoog worden. De vruchten groeien bovenin de boom onder de handvormige bladeren. Volgens een inheems gebruik moeten zwangere vrouwen een papayapitje
planten. Na 9 maanden zijn de vruchten rijp en dienen dan als voedsel voor de baby
Passievrucht
De passievrucht komt oorspronkelijk uit Brazilië en heeft een groot aantal namen; marquisa, markoesa, buah susu, buah negeri en buah konyal. De rood-bruine en soms purperkleurige vruchten zijn rond of ovaal van vorm. De bloem van de klimplant heeft paars-witte blaadjes. Als de vruchten net van de plant komen
hebben ze een harde glimmende gladde schil. Deze gaat er al snel rimpelig uitzien. Dit maakt verder niet uit voor de smaak van het gelige zoetzure vruchtvlees, dat je er met pitjes en al kunt uitlepelen.
Pisang
De pisang komt in vele soorten voor. De pisang mas is de
kleinste banaan, ongeveer zo lang als een duim. De pisang tanduk, die een lengte van maar liefst 30 cm kan bereiken, is de langste. Een bananenplant produceert 5 tot 10 kilo bananen. Deze hangen in kammen van minimaal 10 stuks langs een tros naar beneden.
Elke plant heeft slechts een tros, en dus ook
maar een bloem. Deze paarse bloem wordt eveneens gegeten als groente in de sayur lodeh of acar. Na het afvallen van de tros sterft de plant. Vanuit de wortel komen vervolgens gemiddeld 3 spruiten op,
die na 1 jaar bananen produceren.
Rambutan
De rambutan wordt ook vaak het broertje van de lychee genoemd. De ronde vrucht is afkomstig uit Indonesië en Maleisië. De vrucht dankt zijn naam aan het Maleise woord rambut (haar), vanwege de rubberachtige harige stekels van de schil. De vruchten hangen in trossen aan de boom. Deze groeit het best in het laagland, en kan zo’n 20 m hoog worden. Als de rambutan rijp en vers is, zijn de stekels rood of geel van kleur.
Wanneer je hem niet direct opeet verkleurt hij naar bruin. Het zoetzure vruchtvlees is wit en sappig. Uit de bittere pit werd vroeger bakolie gewonnen.
Salak
De salak wordt vanwege zijn geschubde roodbruine schil vaak de slangenhuidvrucht genoemd. De vrucht is makkelijk te eten door de schil eraf te halen en hem in partjes te breken. De salak smaakt als een zurige, beetje bittere appel. De pitten kun je niet eten.
Sirzak
De sirzak (Ned: zuurzak) is rijp als hij zacht aanvoelt en de wratachtige groene schil donkere vlekken krijgt.
Het vruchtvlees is zacht en wit. Door zijn limoenachtige smaak is de sirzak een goede dorstlesser. Je kunt de vrucht in stukken snijden of schillen.
Tamarillo
De uit Peru afkomstige tamarillo (Ned: boomtomaat) wordt op de meeste eilanden buah belanda of buah jepang genoemd.
Blijkbaar is men er nog niet uit of de Nederlanders of de Japanners de vrucht hebben geïntroduceerd. De tamarillo-bomen groeien op redelijk hoge plateaus.
De gladde schil kan van oranje tot purper kleuren.
Het vruchtvlees is oranjerood, rijk aan kalium en fosfor, en zoetzuur van smaak. De vrucht kun je het makkelijkst uitlepelen en de zwarte pitjes gewoon opeten.
Pas op met het sap van het fruit, vlekken krijg je nauwelijks uit je kleding.
Ingredients:
• 3-10 rice kepuk bananas or 2 tanduk bananas, steamed until done
• 1 packet (about 125 grams) of mung bean ( hunkwe) flour
• 1 ¼ litres coconut milk from 1 ½ coconuts
• 200 grams granulated sugar
• ¼ teaspoon salt
• ¼ teaspoon vanilla
• banana leaves, for wrapping
Preparations:
• Peel bananas, cut diagonally to a thickness of about 1 cm and set aside
• Dilute mung bean flour with part of the coconut milk and set aside
• Boil remaining coconut milk with sugar, salt and vanilla. Add mung bean flour mixture and keep stirring until the dough thick and done
• Take a sheet of banana leaf cut into the desired size, place 1 tablespoon dough on it, add 1 slice of banana and top with another1 tablespoon dough.
• Fold both sides of the leaf to cover the dough, then buck in both ends so that the banana cake has a size of about 4x7 cm. Leave the dough to cool and set.

Bahan:
1 gelas daging buah sirsak, buang bijinya
2 gelas es serut
1/4 buah pepaya, korek bulat dengan sendok cocktail
Sirup vanili secukupnya,Cara membuat:
1.Sirsak, es dan 1/2 gelas air diblender
2.Isi di gelas. Beri bola-bola pepaya, sirup.

Puding Saus Sirsak
Bahan :
7 gram agar-agar putih
200 cc daging buah sirsak yang sudah dihaluskan (diblender)
500 cc air
50 gr gula pasir
2 sdm susu kental manis
½ sdt pasta sirsak
1-2 tetes pewarna kue warna hijau
Saus Sirsak :
1 gls daging buah sirsak yang sudah dihaluskan
250 cc air
100 gr gula pasir
½ sdt pewarna hijau
Cara membuat :
1. Campur agar-agar, sirsak, air, gula pasir dan susu kental manis. Masak di atas api sedang sambil diaduk sampai mendidih. Matikan apinya.
2. Tambahkan pasta sirsak dan pewarna hijau, aduk rata. Tuang ke dalam cetakan / wadah gelas, dinginkan.
3. Saus sirsak : masak sirsak, air dan gula pasir sambil diaduk sampai mendidih. Tambahkan pewarna hijau, aduk. Angkat kemudian saring. Gunakan untuk saus pudding.
Untuk ± 10 porsi